Toen OC opkwam in de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw geloofden de meeste OC-experts dat gebruikers aan bepaalde voorwaarden moesten voldoen voordat ze aan een OC-systeem mochten beginnen. Deze voorwaarden hadden betrekking op bepaalde vaardigheden: begrip van oorzaak-gevolg, van symbolen als representatie van voorwerpen of acties, en een bepaald begripsniveau van taal. Ook moest er bij gebruikers een discrepantie bestaan tussen de cognitieve vaardigheden en het vermogen om te communiceren.

In de afgelopen 40 jaar is er veel veranderd. We beschikken inmiddels over betere OC-systemen, meer onderzoek en betere leermethoden. Dankzij deze voortschrijdende inzichten weten we nu ook dat er geen voorwaarden aan vaardigheden gesteld hoeven te worden om OC te gebruiken. Sterker nog: het tegenovergestelde is waar. De implementatie van OC en de toepassing van geschikte OC-leermethoden zijn noodzakelijk om mensen die niet of nauwelijks kunnen spreken door zware fysieke, zintuiglijke en/of cognitieve beperkingen deze voorwaardelijke vaardigheden aan te leren

Deze conclusie is minder verrassend dan hij lijkt. Kinderen die niet beperkt zijn in hun ontwikkeling - die kunnen zien en horen, fysieke interactie kunnen aangaan met hun omgeving en een gemiddeld denkvermogen hebben - moeten blootgesteld worden aan taal voordat ze zich met gesproken taal kunnen uitdrukken.  Daarvoor hebben ze duizenden uren aan gesproken voorbeelden gehoord, geoefend door te brabbelen en natuurlijke feedback op hun taalfouten gekregen. Interactieve communicatie met anderen is ook noodzakelijk voor hen om hun denkvermogen en kennis van de wereld om hen heen te ontwikkelen. Als mensen die moeite hebben met praten en zintuiglijke, fysieke of cognitieve beperkingen hebben de beginselen van taal willen leren, is het dus logisch dat zij hun communicatiesysteem óók veelvuldig in actie moeten zien en ermee moeten oefenen.

De huidige best practice - die is gebaseerd op jarenlange onderzoeken en ervaring - is dat er geen voorwaarden aan vaardigheden hoeven worden gesteld voor OC.

Waar beginnen we?

Er zijn veel verschillende soorten OC-systemen om mee te beginnen. Het kan zelfs zo zijn dat je voor elke OC-gebruiker een ander systeem selecteert. Bij voorkeur is dat een uitgebalanceerd OC-systeem waarin meer dan genoeg taal is opgenomen. Een uitgebalanceerd systeem biedt de gebruiker veel meer communicatiemogelijkheden dan alleen keuzes maken. Er zijn talloze redenen om te communiceren. Deze noemen we de communicatieve functies. Ook al gebruikt de OC-gebruiker (nog) niet alle communicatieve functies, de mensen die met hem/haar praten wél. Zij hebben daarom een systeem nodig waarop ze deze gesprekken en allerlei vormen van taal kunnen modelleren. Dat doen ze zodat de gebruiker de woorden in de praktijk kan zien. Daarom is het zo belangrijk om bij de start van het OC-traject juist niet te kiezen voor een 'systeem voor beginnende OC-gebruikers', zoals men dat ook wel noemt.  Een dergelijk systeem heeft ten eerste te weinig knoppen, en ten tweede moet de OC-gebruiker deze knoppen eerst allemaal leren voordat hij/zij nieuwe woorden aangereikt krijgt. Op deze manier zeggen we in feite dat de OC-gebruiker eerst moet leren keuzes aan te geven voordat hij/zij iets anders kan gaan communiceren. Bovendien beperken we hiermee de taalontwikkeling van de OC-gebruiker aanzienlijk. Meer informatie hierover lees je in het blogartikel van Jane Farrall: What is “Beginning AAC”?

Geen voorwaarden: iedereen is in staat te leren

Er zijn geen voorwaarden om OC te gebruiken. Het maakt niet uit hoe oud je bent om voor OC in aanmerking te komen.  De potentiële gebruiker hoeft niet aan te tonen dat hij/zij over bepaalde vaardigheden wat betreft gedrag en denkvermogen beschikt voordat het OC-systeem geïmplementeerd kan worden. Iedereen die moeite heeft met communiceren, ongeacht leeftijd of diagnose, zou de kans moeten krijgen om te leren communiceren met behulp van OC. Geef hem/haar toegang tot een volledig en uitgebalanceerd OC-systeem en het alfabet zodat hij/zij kan communiceren om alle redenen die een mens maar kan hebben. Zo begint hij/zij optimaal aan het leerproces van lezen en schrijven.

Het is belangrijk om vaardigheden te veronderstellen. Geloof in het vermogen van alle mensen met communicatiemoeilijkheden om met de juiste middelen en ondersteuning te leren communiceren. Een geschikt OC-systeem geeft hun de kans om de taalvaardigheid te ontwikkelen waarmee ze natuurlijk kunnen communiceren. Geef hun bovendien de tijd om dit systeem in actie te zien en ermee te leren omgaan, en blijf vertrouwen op hun vermogen om het uiteindelijk met succes te gebruiken. Een OC-gebruiker kan zichzelf pas werkelijk 'bewijzen' als we hem/haar een volledig OC-systeem geven. We weten niet wat iemand die niet kan spreken zou willen zeggen totdat hij/zij woorden en een stem krijgt. Het beste wat we kunnen doen voor onze OC-gebruikers is vaardigheden te veronderstellen en geen voorwaarden te stellen. Zo laten we zien dat we geloven in hun vermogen om te leren en te communiceren, terwijl we hun alle mogelijkheden bieden voor geslaagde communicatie.

Overwin de belemmering

Veronderstel vaardigheden. Er zijn geen voorwaarden om OC te gebruiken.  Geef de OC-gebruiker een stem en gaat er een wereld aan mogelijkheden voor ze open.

Met behulp van de OC Leren Gids kun je precies bepalen op welk punt je je bevindt in het OC-traject van je gebruiker. Deze kennis helpt je om belemmeringen te overwinnen die jullie succes in de weg staan.

Bronvermelding en links:

  • Artikel van Jane Farrall uit de serie 'Do's en dont's' over "Don’t Demand Prerequisite Skills
  • Sterk blogartikel over 'Presuming Maggie's competence
  • "3 Responses to Programs that Make Kids "Prove Worthiness" Prior to Providing Access to AAC" van Carole Zangari (PrAACtical AAC).
  • "The "Real" Pre-requisites to AAC Device Use" van Carole Zangari (PrAACtical AAC).
  • What is “Beginning AAC”?  van Jane Farrall.
  • American Speech-Language Hearing Association (ASHA): 'Access to Communication Services and Supports: Concerns Regarding the Application of Restrictive “Eligibility” Policies' - Position Statement en Technical Report.
  • Beukelman, D., & Mirenda, P. (2013). Augmentative and Alternative Communication (4th Ed). Baltimore: Paul H. Brookes.
  • Brady, N., Bruce, S., Goldman, A., Erickson, K., Mineo, B., Ogletree, B., Paul, D., Romski, M., Sevcik, R., Siegel, E., Schoonover, J., Snell, M., Sylvester, L., & Wilkinson, K. (2016). Communication Services and Supports for Individuals With Severe Disabilities: Guidance for Assessment and Intervention. American Journal on Intellectual and Developmental Disabilities, 121(2), 121-138. doi: 10,1352/1944-7558-121.2.121.
  • Casby, M. (1992). The Cognitive Hypothesis and Its Influence on Speech-Language Services in Schools. Language, Speech, and Hearing Services in Schools, 23, 198-202.
  • Cole, K., Dale, P., & Mills, P. (1990). Defining language delay in young children by cognitive referencing: Are we saying more than we know? Applied Psycholinguistics, 11, 291-302.
  • Cole, K., Dale, P., & Mills, P. (1992). Stability of the intelligence quotient-language quotient relation: is discrepancy modeling based on a myth? American Journal of Mental Retardation, 97(2), 131-143. 
  • Cress, C., & Marvin, C. (2003). Common Questions about AAC Services in Early Intervention. Augmentative and Alternative Communication, 19 (4), 254–272. doi:10.1080/07434610310001598242.
  • Goossens’, C. (1989). Aided communication intervention before assessment: a case study of a child with cerebral palsy. Augmentative and Alternative Communication, 5(1), 14-26.
  • Kangas, K., & Lloyd, L. (1988). Early Cognitive Skills As Prerequisites to Augmentative and Alternative Communication Use: What Are We Waiting For? Augmentative and Alternative Communication, 4(4), 211-221.
  • Romski, M., & Sevcik, R. (2005). Augmentative Communication and Early Intervention: Myths and Realities. Infants and Young Children, 18(3), 174-185.