Overstappen van PECS naar een volledig communicatiesysteem

7 minuten lezen

Wil je je kind de middelen geven om volwaardig te communiceren? Met behulp van deze stappen leer je hen omgaan met een uitgebreid communicatiesysteem, waarmee ze meer kunnen dan alleen iets verkrijgen.

Regelmatig krijgen we de vraag: 'Hoe laat ik mijn leerling/cliënt/kind overstappen van een Picture Exchange Communication System (PECS) naar een spraakcomputer?' Aan die wens liggen verschillende redenen ten grondslag. Soms wil de gebruiker graag een stem ter beschikking hebben. Voor anderen is het lastig om een almaar dikker wordend PECS-boek te ordenen, bij te houden en mee te nemen. Maar de meest gehoorde reden is 'Hij komt niet verder dan iets verkrijgen of vragen', 'Ze kan alleen maar om dingen vragen', 'Onze gesprekken gaan niet verder dan “ik wil” of “ik zie”', 'Ik wil weten wat er in hem omgaat', 'Hoe kan ze me vertellen dat er iets mis is?'.

Kernwoorden introduceren als vervolg op PECS

Kijken we naar alle redenen om te communiceren, dan is 'iets verkrijgen' maar een klein deel van onze interactie met anderen. We hebben veel meer redenen om te communiceren:

  • Weigeren of afwijzen
  • Mening geven
  • Gevoelens uiten
  • Vragen stellen
  • Verhalen vertellen
  • Praten over gebeurtenissen in de toekomst of uit het verleden
  • Plannen en onderhandelen
  • Uitleggen
  • Beleefd zijn
  • Genegenheid uiten, plagen, flirten

Om volwaardige communicatie mogelijk te maken, moeten we meer en andere woorden toevoegen. 'Ik wil' en 'ik zie' is niet voldoende.

Dit doel stelt ons voor twee vragen: welke woorden introduceren we, en hoe introduceren we ze?

Gewoonlijk beginnen we door kernwoorden toe te voegen aan het communicatiesysteem van de gebruiker. Kernwoorden zijn de woorden die we het meest in onze dagelijkse gesprekken gebruiken. Denk aan werkwoorden (stoppen, gaan, komen, pakken), bijvoeglijke naamwoorden (meer, goed, weinig), persoonlijke/aanwijzende voornaamwoorden en lidwoorden (ik, jij, het, dat) en voorzetsels en bijwoorden (op, aan, daar). Met dit soort woorden kunnen we veel meer vertellen. Meer informatie over kernwoorden.

Overstappen naar een nieuw systeem: geleidelijk of snel?

Nu we weten welke woorden we willen introduceren, bepalen we hoe we ze in het nieuwe communicatiesysteem integreren. We hebben twee opties. Eén: we stappen in één keer over naar een nieuwe systeem met een duurzaam taalsysteem en spraakuitvoer. Twee: we bouwen geleidelijk aan een nieuw systeem door kernwoorden toe te voegen aan PECS en ze zichtbaar te maken in de omgeving, waarbij we een plan opstellen om uiteindelijk over te stappen naar een duurzamer communicatiesysteem.

De keus tussen deze twee opties hangt af van de manier waarop het kind en het ondersteunende team van docenten, logopedisten en ouders omgaan met veranderingen. Bij deze beslissing ziet men vaak twee knelpunten over het hoofd. Ten eerste hebben de leden van het ondersteunende team meestal meer moeite met veranderingen dan het kind zelf. Ten tweede blijkt uiteindelijk dat een geleidelijke overstap naar een duurzaam spraaksysteem meer veranderingen oplevert dan een directe overstap.

Kernwoorden toevoegen aan PECS

Kies je voor de geleidelijke overstap naar kernwoorden, dan hebben we een aantal tips om kernwoorden aan het bestaande PECS toe te voegen:

  • Plak een kernwoordenkaart op de voor- of achterkant van het PECS-boek.
  • Integreer kernwoordenkaarten in de omgeving. Dat kan op verschillende manieren: enkele kernwoorden op specifieke plaatsen ('open' en 'gaan' op de deur, 'eten', 'lekker', 'meer' op tafel), overzichten op handzaam formaat die docenten bij zich kunnen dragen, een grote kernwoordenposter aan de muur.
  • Haal een oude statische spraakcomputer tevoorschijn. Een TechTalk, TechSpeak, CheapTalk of GoTalk kan een goed hulpmiddel zijn om tegelijkertijd te beginnen met spraakuitvoer en kernwoorden. Bovendien kunnen leerlingen en docenten deze apparatuur makkelijk gezamenlijk gebruiken indien nodig.
  • Creëer - in de woorden van Megan Brazas - een Core Vocabulary Exchange System (CVES - uitwisselsysteem van kernwoorden). Hiermee kan de gebruiker zinnen formuleren met behulp van kernwoorden in combinatie met de zelfstandig naamwoorden en beginwoorden als 'ik wil'/'ik zie' uit het PECS.

Vergeet niet te modelleren!

Hoe je de kernwoorden ook integreert, vergeet niet dat deze krachtige woorden lastig in een afbeelding te vatten zijn. Hoe zou een afbeelding van 'doen' of 'het' eruitzien? Als volwassenen het kind de betekenis van deze nieuwe woorden willen aanleren, is het dus van belang dat ze de kernwoorden in zinnen van 1 à 2 woorden modelleren tijdens dagelijkse activiteiten en gesprekken. In de fase waarin het kind begint aan de overstap van PECS naar kernwoorden modelleer je zinnetjes in telegramstijl: 'pak het', 'leg hier', 'ga in', 'jij eet'.

Houd daarbij in gedachten om één stap boven het niveau van het kind te modelleren. Oftewel: je laat het kind zien naar welke stap het toewerkt. En onthoud goed: modelleer zonder dat je van de gebruiker eist dat hij/zij je nadoet! Je laat het kind simpelweg de mogelijkheden zien, zonder te corrigeren of woordjes te 'stampen'.

Meer informatie over modelleren met kernwoorden

De overstap van PECS in combinatie met kernwoorden naar een uitgebreid systeem

Gebruik het overgangssysteem van PECS en kernwoorden niet te lang. Anders mist de gebruiker niet alleen de diepte en veelzijdigheid van een volledig vocabulaire waarin alle woordsoorten zijn vertegenwoordigd, maar ook de spraakuitvoer. Dit is van belang om een consistent spraakmodel aan te bieden waarmee het kind de taal leert begrijpen. Er bestaat een aantal OC-oplossingen waarmee jullie de volgende stap in taal- en communicatieverwerving kunnen zetten. Let bij de keuze voor een systeem op de volgende eigenschappen:

  • Het moet duizenden woorden bevatten.
  • Die woorden komen uit alle grammaticale categorieën: zelfstandige en bijvoeglijke naamwoorden, werkwoorden, voornaamwoorden, voorzetsels, bijwoorden, vraagwoorden...
  • Er moet een methode zijn om werkwoordsvervoegingen te gebruiken (verleden tijd, tegenwoordige tijd, toekomstige tijd, deelwoorden), meervouden en bezitsvormen van zelfstandige naamwoorden, en vergrotende en overtreffende trappen van bijvoeglijke naamwoorden.

Het nieuwe systeem aanpassen

Misschien kan de gebruiker in het nieuwe OC-systeem uit andere vocabulaireniveaus kiezen. Stap je over naar Proloquo2Go, dan adviseren we je om het standaard kernvocabulaire te gebruiken van Crescendo: het ingebouwde vocabulaire van de app. Het is verleidelijk om te beginnen op het niveau 'vereenvoudigde communicatie' omdat het op PECS lijkt, maar dat is precies de reden om dit vocabulaireniveau NIET te gebruiken! Het is de bedoeling dat je de OC-gebruiker naar de volgende stap in het communicatieproces leidt, en niet blijft hangen op het niveau dat hij/zij al beheerst.

Zorg er bovendien voor dat het nieuwe systeem zo veel mogelijk knoppen per pagina telt. Kies het kleinst mogelijke knopformaat dat het kind kan aanraken. Hiermee heeft het kind toegang tot zo veel mogelijk taaluitingen zonder de startpagina te hoeven verlaten. Ziet de startpagina er in het begin overvol uit? De meeste systemen hebben de optie om een aantal woorden tijdelijk te verbergen. Naarmate het kind vordert, maak je de woorden weer zichtbaar. Op deze manier blijven de knoppen die het kind al beheerst op dezelfde plek staan wanneer er nieuwe woorden bij komen. Deze video's (Engelstalig) laten zien hoe Crescendo in Proloquo2Go werkt: Getting started with Proloquo2Go en Introduction to Crescendo Vocabulary.

Het PECS-boek en het nieuwe systeem naast elkaar gebruiken

Misschien wil je het PECS-boek bij de hand houden tijdens de overstap naar het nieuwe, complexere systeem. Als de gebruiker zijn/haar behoeften met succes duidelijk kan maken door middel van het PECS-boek, kan er grote onrust ontstaan als dit boek niet langer voorhanden is. Het verschilt uiteraard per persoon hoelang beide systemen naast elkaar moeten blijven bestaan.

Gebruikt het kind het PECS-boek om te communiceren, modelleer dan op het nieuwe systeem waar de PECS-woorden te vinden zijn. Onthoud daarbij goed: je doel van modelleren is om het kind te laten zien dat een woord in het nieuwe systeem te vinden is, niet om het te laten herhalen wat het zojuist heeft duidelijk gemaakt met PECS! Je kunt ook de mogelijkheid aangrijpen om met het nieuwe systeem iets te zeggen over hetgeen waar de gebruiker zojuist om heeft gevraagd met het PECS-boek. Omschrijf het, maak er een opmerking over, gebruik een werkwoord dat niet in PECS staat, maar wat er wel goed bij past. Zo laat je aan het kind zien welke mogelijkheden er in het nieuwe systeem te ontdekken zijn.

Gefeliciteerd, jullie hebben een volledig communicatiesysteem!

Op welke manier je ook overstapt van PECS naar een volledig communicatiesysteem, je zorgt ervoor dat de gebruiker volwaardig leert communiceren. Met niet alleen als resultaat dat de gebruiker hierover blijdschap kan uitdrukken, maar ook iets kan weigeren, kan flirten, een grap of verhaal kan vertellen of vragen kan stellen!

Zijn jullie al overgestapt van PECS naar een volledig communicatiesysteem? Deel hieronder je ervaringen met ons.

Handige links voor meer informatie