Gevoelswoorden leren

Je geeft je emotionele toestand een naam, zoals 'verdrietig' of 'moe', maar hoe heb je dit geleerd? Dit blog bevat allerlei strategieën waarmee je anderen de gesproken woorden voor gevoelens kunt aanleren, met name OC-gebruikers.  

Sally is meestal een vrolijk, gezellig meisje dat vaak lacht. Maar vandaag is ze juist stil en klampt ze vast aan haar moeder. Wat is er aan de hand? Is ze bang? Moe? Verdrietig? Sally spreekt niet, maar ze kan via haar OC-systeem om haar favoriete dingen vragen. Je gaat naar de pagina met gevoelens in haar communicatiesysteem en je vraagt haar "Hoe voel je je?" Sally wijst naar 'vrolijk', maar ze ziet er niet vrolijk uit!

Bobby kan alle gezichten op de 'Gevoelens'-poster in zijn klaslokaal zonder moeite koppelen aan de woorden en symbolen in zijn communicatieboek. Als je naar een van de gezichten wijst, vindt hij het bijbehorende symbool. Hij leert ook om het gesproken woord voor een gevoel te koppelen aan een symbool. 

Dit doet hij allemaal door de oefeningen te herhalen en doordat hij positieve reacties krijgt als hij het juiste antwoord geeft. Maar de vraag "Hoe voel je je?" kan Bobby nog steeds niet beantwoorden. Wanneer iemand dat vraagt, kiest hij een willekeurig symbool uit. Zo zegt hij dat hij 'vrolijk' is wanneer hij huilt of dat hij 'boos' is wanneer hij giechelt. Hij kan deze woorden en symbolen aan elkaar koppelen, maar hij weet niet wat ze betekenen.

Gewaarwordingen van gevoelens

Gevoelens hebben een speciaal soort vocabulaire. We kunnen er niet naar wijzen zoals naar objecten ("Kijk, een hond!"), of ze aan iemand anders leren zoals bij kleuren ("Deze is blauw"). Een gevoel is een interne toestand die je in je lichaam ervaart. 

Denk eens na over hoe je lichaam zich voelt wanneer je je 'verdrietig' voelt. Voel je druk op je borstkas of een brok in je keel? Adem je oppervlakkig en traag? Kijk je naar beneden? Heb je een ingezakte houding? Beweeg je traag of helemaal niet? Je hebt in de loop der jaren geleerd dat je deze fysieke gewaarwordingen in je lichaam kunt associëren met het woord 'verdrietig'. Wanneer je iemand ziet die deze dingen waarschijnlijk ook voelt, noem je hem of haar ook 'verdrietig'. 

Denk nu eens na over hoe je lichaam zich voelt wanneer je je 'moe' voelt. Heb je een ingezakte houding? Kijk je naar beneden? Beweeg je traag of helemaal niet? Kijken je ogen bedroefd? 

Iemand anders kan denken dat je 'verdrietig' bent. Maar jij weet dat je moe bent, omdat je geen druk voelt op je borstkas en geen brok in je keel hebt. Je voelt dat je spieren pijn doen of je hebt weinig energie. Je merkt dat je ogen dichtvallen omdat je bijna in slaap valt. Je voelt van binnen de fysieke gewaarwordingen die je vertellen dat je moe en niet verdrietig bent.

20181212 Feelingsblog Sensations Of Feelings

Gevoelswoorden leren

Je geeft je emotionele toestand een naam, zoals 'verdrietig' of 'moe', maar hoe heb je dit geleerd? Je bent niet geboren met deze kennis. Je hebt geluisterd naar de geluiden die de volwassen om je heen maakten, net als met alle andere woorden die je als kind hebt geleerd. Je leerde deze geluiden associëren met de dingen die je om je heen zag, hoorde en voelde. Je ziet een pluizig ding dat aan je gezicht likt en blaft. En telkens wanneer dat gebeurt hoor je het geluid 'hondje'. Uiteindelijk associeer je het woord 'hondje' met de hond. Je ziet een rood ding waarin je kunt knijpen en dat je kunt gooien. Mensen zeggen telkens het geluid 'bal' wanneer je dat ding ziet. Ze kijken naar het ding of raken het aan, en ze zeggen 'bal'. Dus dat zal het wel zijn!

Zo zitten mensen in elkaar en zo leren we woorden. Concepten die buiten jezelf bestaan kun je op deze manier heel gemakkelijk leren. Wanneer je leert hoe je een zelfstandig naamwoord noemt, kun je het object zien, aanraken of horen wanneer mensen de naam ervan zeggen. Wanneer je een actiewoord leert, kun je de actie zien gebeuren wanneer mensen de naam van de actie zeggen. Je kunt kleuren, vormen en texturen zien of voelen wanneer het bijvoeglijk naamwoord wordt genoemd. Maar alleen jij weet wat er in je eigen lichaam gebeurt. Daarom is het moeilijk om iemand gevoelswoorden te leren.

Meestal leren ontwikkelende kinderen de betekenis van gevoelswoorden geleidelijk. Wanneer ze zelf gevoelswoorden zeggen, gebruiken ze de woorden in het begin soms op de verkeerde manier. Bijvoorbeeld, ze zeggen dat iemand boos is terwijl de persoon eigenlijk verrast of verdrietig is. Daaruit blijkt dan ook dat het heel moeilijk is om te weten hoe iemand zich voelt, op basis van wat we aan de buitenkant zien. Kinderen van 2 tot 5 jaar beginnen gevoelswoorden te gebruiken in een volgorde van ontwikkeling (Widen, S.C. & Russell, J.A., 2008):

  • Blij
  • Boos
  • Verdrietig
  • Bang 
  • Verrast
  • Verafschuwd

Maar zelfs wanneer ze deze basiswoorden leren, kunnen ze maar in ongeveer 75% van de gevallen het juiste gevoel benoemen.

De beste manier om iemand een gevoelswoord te leren, is door het woord te zeggen wanneer je denkt dat de persoon die emotie voelt.

Iemand gevoelswoorden leren

Als je een woord wilt leren, moet je begrijpen voor welk concept het staat. Bij veel concrete woorden is dit gemakkelijk. Als het om een ding gaat, wijs je naar het ding en zeg je het woord. Bij acties zeg je het woord terwijl je de actie uitvoert. Maar gevoelens zijn gewaarwordingen die een persoon van binnen voelt. Mensen tonen hun gevoelens ook op verschillende manieren. Hoe kunnen we iemand deze woorden leren?

De beste manier om iemand een gevoelswoord te leren, is door het woord te zeggen wanneer je denkt dat de persoon die emotie voelt. Dus wanneer een kind huilt omdat hij iets dat hij wil niet krijgt, kun je zeggen "ik denk dat je gefrustreerd bent". Het kind hoort het woord dan op hetzelfde moment dat zijn lichaam die emotie voelt. Soms moet je het woord vaak herhalen, maar uiteindelijk associeert het kind het juiste woord met de emotie.

Het is natuurlijk niet de bedoeling dat we kleine kinderen verdrietig of boos maken, alleen maar omdat we ze de woorden voor deze moeilijke emoties willen leren. We kunnen de emoties daarom ook benoemen wanneer er emotionele situaties om ons heen gebeuren. Zo kunnen de ouders hun eigen emoties benoemen: "Ik kan mijn sleutels niet vinden - dit frustreert mij!" Of de ouder benoemt de emotie van een broer of zus: "Lisa huilt heel hard. Misschien heeft ze honger of is ze moe." "Ahmed gilt en stampt met zijn voeten, hij lijkt boos!"

Plaatjes vertellen niet het hele verhaal

We kunnen boeken, films of tv-programma's gebruiken waarin de karakters bepaalde emoties hebben. "Elmer kan Bugs Bunny niet vangen. Volgens mij is hij gefrustreerd." Als je films of boeken gebruikt, werkt dit beter dan alleen oefenen via foto's met gezichtsuitdrukkingen. Onderzoek toont aan dat het moeilijk kan zijn om emoties te herkennen in statische foto's. Eén foto bevat niet genoeg informatie. Je kunt niet zien hoe het lichaam beweegt en hoe de toon, ademhaling en houding van de persoon zijn. Dus een video van iemand die een emotie ervaart, is veel duidelijker dan een foto van zijn gezicht.

Boeken en films met verhalen zijn nog betere manieren om iemand emoties aan te leren. Je ziet dan niet alleen de oorzaak van de emotie, maar ook hoe je op een volwassen en doeltreffende manier kunt omgaan met negatieve emoties. 

Er zijn veel ondersteuningsmaterialen waarmee je ontwikkelende kinderen kunt leren hoe ze emoties kunnen benoemen en verwerken aan de hand van boeken. Je kunt dezelfde materialen met slechts enkele aanpassingen gebruiken voor kinderen die zich anders ontwikkelen en OC gebruiken. Hiervoor kun je beginnen bij de blogposts van Carole Zangari: 'Dealing with Feelings: 5 Ways to Encourage Emotion-related Expression by AAC Learners and 5 Visual Supports for Emotions and Feelings.'

Bijzonder effect op OC-leerlingen

Alle bovenstaande technieken kunnen worden toegepast op kinderen die kunnen spreken en kinderen die via OC communiceren. Maar OC-leerlingen hebben mogelijk extra problemen waardoor het moeilijker wordt om gevoelswoorden te leren.

Verschillen in het verwerken van prikkels

Kinderen die OC nodig hebben, verwerken prikkels vaak op een andere manier. Dit geldt vooral voor mensen die autisme hebben. Maar iedereen die door een neurologische afwijking minder goed kan spreken, verwerkt prikkels mogelijk op een andere manier. Deze verschillen kunnen invloed hebben op de manieren waarop onze hersenen informatie krijgen van de buitenwereld, maar ook van ons eigen lichaam.

Zicht: Kinderen die normaal kunnen zien, leren veel wanneer ze kijken naar de wereld om zich heen. Met deze spontane manier van leren zien ze bijvoorbeeld mensen in emotionele situaties. Als je wilt leren wat woorden betekenen, is het belangrijk dat je toegang hebt tot dit soort informatie. Met een visuele beperking is het lastiger om spontaan te leren. Kinderen die OC nodig hebben, lopen ook risico op cerebrale visuele inperking (CVI). Bij CVI werken de ogen prima, maar werkt het deel van de hersenen dat de beelden interpreteert niet goed. Daardoor kan spontaan leren over gevoelswoorden ook moeilijk worden.

Gehoor: Mensen met gehoorverlies kunnen gesproken taal minder goed verwerken. En zelfs kinderen die goed kunnen horen maar wel OC gebruiken, hebben vaker last van auditieve verwerkingsstoornissen. Wanneer het gedeelte van de hersenen dat spraak verwerkt niet goed werkt, is het bijzonder moeilijk om te leren wat gesproken woorden betekenen.

Interoceptie: Interoceptie is een mechanisme waardoor de hersenen weten wat er aan de hand is in je lichaam. Zenuwen in de organen sturen informatie naar de hersenen. Hierdoor weet je onder andere hoe vol je maag en blaas zijn, hoe snel je hart klopt en hoe gespannen of ontspannen je spieren zijn. Je weet pas welke emotie je ervaart als je weet hoe je lichaam zich voelt. Als je problemen hebt met interoceptie, kan het heel lastig zijn om te leren hoe je de emoties die je voelt moet noemen. Zie 'Interoception and Sensory Processing Issues: What You Need to Know' voor een beschrijving van interoceptie.

Zoals je kunt zien heeft iedereen met deze verwerkingsproblemen extra hulp nodig om emoties te herkennen en de woorden te leren om ze te beschrijven. Gelukkig kun je op een goede manier helpen, via een lesmethode die je al gebruikt!

Vergeet niet te modelleren

Modelleren op een OC-systeem is een uitstekende manier om de interne, soms vluchtige aspecten van gevoelens concreter en duidelijker te maken. Dit geldt vooral voor OC-leerlingen die prikkels op een andere manier verwerken. Als jullie bijvoorbeeld Belle en het Beest kijken en je ziet dat Belle de weg kwijt is in het bos, kun je modelleren "Ik denk dat ze BANG is". Als je leerling van streek is omdat het rooster is gewijzigd, kun je modelleren "Ik denk dat je BOOS bent". Als je met je kind door de supermarkt loopt en een ander kind ziet huilen, kun je modelleren "Misschien is hij MOE of BOOS of heeft hij HONGER". Je hoeft niet de hele zin te modelleren, alleen de woorden in hoofdletters. En de OC-leerling hoeft niet te reageren. Je geeft hem of haar alleen informatie over wat deze gevoelswoorden betekenen, en waar de leerling deze woorden zelf kan vinden in het OC-systeem. Als we leerlingen niet laten zien hoe ze gevoelswoorden kunnen vinden op hun communicatiesysteem, hoe kunnen we dan verwachten dat ze ons vertellen hoe ze zich voelen?

Bronvermelding

  • How Emotions are Made: The Secret Life of the Brain, Lisa Feldman Barrett
  • Widen, S. C. & Russell, J.A. (2008). Children acquire emotion categories gradually. Cognitive Development, 23, 291–312.
  • Widen, S.C. & Russell, J.A. (2015). Do dynamic facial expressions convey emotions to children better than do static ones? Journal of Cognition and Development, 16 (5), 802-811.
  • Interoception and Sensory Processing Issues: What You Need to Know, Amanda Morin
  • How Do You Feel?: An Interoceptive Moment with Your Neurobiological Self, Bud Craig
  • Alexithymia and Autism: When everyone is speaking a different language, Sonny Hallett